De drukwerkvoorbereiding   (fase I, onderdeel tekst)

Klik hier om deze printvriendelijk opgemaakte pagina af te drukken
In dit hoofdstuk gaat het over de voorbereiding van tekst (kopij) tot drukvorm.
  1. In de eerste paragraaf gaat het over wat tekst is en waaruit dit is opgebouwd.
  2. In de tweede paragraaf gaat het over de functie, noodzaak, verscheidenheid en de effecten van typografie. Dit onderdeel brengt alle basiskennis en basistermen op het gebied van typografie bi elkaar en in beeld.
  3. In de derde paragraaf gaat het over de technische manier waarop kopij wordt verwerkt tot een (proef voor een) drukvorm. Vanuit het verleden wordt dit nog steeds wel aangeduid met het begrip 'zetten'.
  4. In de vierde paragraaf gaat het heel kort over hoe het zetten in de vorige eeuw plaatsvond.

  5. Aan die voor ons nu verouderde werkwijzen ontlenen we echter nog steeds wel jargon en bovendien worden deze technieken soms elders in de wereld nog wel gebruikt; bovendien bestaan ook in ons land natuurlijk kringen van liefhebbers en hobbyisten, die deze oude technieken in stand houden en daarmee onwaarschijnlijk mooi drukwerk maken, waaraan we in onze hedendaagse veel jachtiger tijden in veel situaties nauwelijks meer behoefte hebben. Maar anderzijds kan in marketing, public relations, relatiebeheer e.d. een bijzonder, vaak klein drukwerkje (klein qua omvang en qua oplage) veel goodwill opleveren en juist dan hebben die oude technieken een geweldige prijs/kwaliteit-verhouding!)
  6. In de vijfde paragraaf gaat het over professionele, systematische tekstcorrectie en over dus over de werkwijzen en internationale afspraken die daarbij een rol spelen.

Tekst

Tekst is opgebouwd uit karakters (letters, cijfers, leestekens en dergelijke), waarvan de oorsprong ligt in het handschrift.
Tekst komt natuurlijk niet alleen voor in drukwerk, als 'platte tekst', koppen, tussenkoppen en dergelijke, maar bijvoorbeeld ook in woordmerken, die gebruikt worden op briefpapier, vlaggen, lichtbakken, verpakkingen en gebruiksvoorwerpen. En wat dacht u van alle huisnummers en bewegwijzeringen binnen en buiten, en de hele wereld van aanduidingen op en aan gebouwen die iets zeggen over de functie van een pand of over de geschiedenis (van '1ste steen gelegd door.....' tot 'hier woonde....'), de namen van (woon-)huizen en a die andere aspecten van 'geveltypografie'.

Het industriële proces van tekstproductie tot drukwerk, heeft door automatisering de laatste jaren ingrijpende wijzigingen ondergaan.

De letter is gebleven: er worden duizenden verschillende lettertypen en -vormen, ook binnen de schriftsoorten van de westerse wereld gebruikt.
De belangrijkste, onderscheidende elementen aan een letter zijn schreven, stokken en staarten.

Typografie

Typografie is een kunst en een kunde, een vaardigheid.
Al in 1456, toen de boekdrukkunst nog maar net was uitgevonden, stelde een humanistische geleerde: "Typographia donum dei praestantissimum"; ofwel: "typografie is het schoonste geschenk gods".
Rond 1930 formuleerde de belangrijke Engelse typograaf Stanley Morison (vooral bekend als de ontwerper van het zeer veelgebruikte lettertype Times New Roman) typografie in zijn boek 'Grondbeginselen der typografie' als:
"de kunst van het ordenen van drukmateriaal in overeenstemming met een bepaald doel; van zodanig de letters rangschikken, de ruimte verdelen en het schrift beheersen, als nodig is om de lezer de tekst zo goed mogelijk te laten begrijpen".

"Typografie is geen doel op zichzelf en ook geen vrije kunst, maar slechts dienstverlening, bemiddeling tussen schrijver en lezer", aldus de Nederlandse typograaf Huib van Krimpen.
Vakmensen benadrukken dus steeds het dienende van typografie; zij stellen de lezer, de doelgroep centraal.
Drukwerk dat door geen of slechte typografie niet gelezen kan worden, wordt een zinloos product.
Of het nu om een boek, een folder, een affiche of een advertentie gaat: de tekst moet een duidelijke, de leesbaarheid bevorderende vorm krijgen. Dat verklaart waarom ook wel gesteld wordt dat goede typografie zichzelf onzichtbaar maakt; anders gezegd: slechte typografie is zichtbaar!

In de typografie speelt de letter, als voornaamste drager in de gedrukte boodschap, de hoofdrol.
Typografie wordt ook steeds meer (h)erkend als een doorslaggevend aspect van internet, maar voor 'webtypografie' gelden om voor de hand liggende redenen nog al wat andere 'regels'. Zie daarvoor de aparte webpgina over webtypografie.
Niettemin alle reden om aandacht aan de letter te besteden; in druk en op het scherm.
Een extra reden is dat de snelle ontwikkeling van de PC's, de tekstverwerkingsprogramma's en de printers en het intensieve gebruik aan ons als gebruikers zoveel mogelijkheden biedt om zelf als typograaf op te treden. Vanachter ons toetsenbord en beeldscherm doen we al aan typografie; meestal op goed geluk en met de natte vinger. Vaak zonder enige kennis van letters en van wat letters te weeg kunnen brengen.
En ook voorbijgaande aan wat er aan onderzoeksgegevens over het effect van typografie al zo lang bekend is.
Want laat dit duidelijk zijn: een letter die 'lekker leest' in een jaarverslag, is niet per definitie ook een goede letter voor de bewegwijzering in een groot kantoorgebouw. En wat het goed doet in een nieuwsbrief, en zo aardig aansluit op de huisstijl, kan op een website (een beeldscherm) gewoon een ramp zijn.

Als we de lezer als uitgangspunt nemen, nemen we dus ook de leessituatie in onze beoordeling mee.
En de leessituatie wordt bepaald door tal van aspecten:

  • is het leesmateriaal bedrukt papier, waarvoor de lezer gaat zitten (men neemt tijd voor een brochure), of is het een verkeersbord, dat de lezer door een natte en vieze autoruit gedurende een halve seconde ziet?
  • is het te lezen materiaal omvangrijk (een brochure of boek) of is het compact en bevat meer op zichzelfstaande woorden, dan langere en redactioneel lopende tekst (een advertentie)?
  • is de lezer geconcentreerd (rustig zittend bij de open haard) of in een situatie met gelijktijdig veel andere impulsen (veel kleurrijk POS-materiaal in supermarkt, veel bewegende andere klanten, achtergrondradio en -omroep, jengelende kinderen en weinig tijd)?
  • is de lezer gehaast iets aan het opzoeken in een telefoongids, woordenboek of encyclopedie, kijkt men naar de 'kleinde lettertjes' op de achterkant van de verzekeringspolis of zoekt men ontspannen op een vrije dag de weg op de routeborden van de Efteling?
Het heeft geen zin dit rijtje verder uit te breiden; de voorgaande willekeurige opsomming maakt duidelijk dat typografie steeds maatwerk is.
Maatwerk waarbij er een aantal simpele globale hoofdlijnen zijn te herkennen, gebaseerd op onderzoeksgegevens en gebruiks- en gebruikerservaringen.

Uit Dagblad Trouw van 18 juni 2012 over Taal
Uit: Dagblad Trouw van 18 juni 2012

Zo zal men voor teksten die gedrukt worden op papier in de gewone, gangbare lettergrootten (tussen corps 6 en 16) voor folders, brochures, nieuwsbrieven, boeken en gidsen dikwijls kiezen voor een schreefletter.
Voor koppen en tussenkoppen is goed te werken met schreefloze halfvette letters.

Voor bewegwijzering in gebouwen kiest men graag een grotere schreefloze letter, maar als het kan toch wel met contrastverhogende verschillen tussen dikke en dunne delen.
Maar verkeersborden en richtingborden langs wegen stellen toch weer andere eisen.

Zo staat ook vast dat de leesbaarheid van teksten heel sterk achteruitgaat als een zin geheel geschreven is HOOFDLETTERS (kapitalen); alle letters zijn dan even groot en hebben vrijwel allemaal hetzelfde 'optisch gewicht'. Daardoor is het voor makkelijk het lezen nu juist erg belangrijke onderscheid tussen de diverse letters (zoals dat in kleine letters of onderkastletters wel bestaat) vrijwel geheel afwezig.

Voor tekst die op een beeldscherm verschijnt (ook websites), kiest men snel voor een lettertype dat niet te mager en schraal is (vanwege de dikwijls lichte achtergrond). maar wat vetter en niet te wijdlopend.

Het is niet zinvol hier een advies te geven met het noemen van concrete namen van lettertypen. Daarvoor zijn er te veel letterypen beschikbaar; alleen al voor de reguliere teksten in de westerse schriftsoorten, bestaan er voor de gangbare zetsystemen/opmaakcomputers meer dan 2.500 verschillende lettertypen. 
Daarbij zijn de varianten als mager en vet en cursief nog niet eens meegeteld en ook de letterfantasievormen zijn hierbij buiten beschouwing zijn gelaten.
En bedenk daarbij ook dat er nog vrijwel dagelijks nieuwe lettertypen worden ontworpen; de meesten halen het niet verder dan één enkele toepassing gedurende korte tijd; andere zijn 'blijvers'. 
Toevallig, maar wel historisch verklaarbaar, neemt juist Nederland traditioneel een zeer vooraanstaande plaats in bij het ontwerpen van kwalitatief hoogstaande nieuwe lettertypen.
Beroemde (Nederlandse) voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld de letters 'Trinité' en 'Lexicon', beide van ontwerper Bram de Does. De 'Lexicon' werd speciaal ontworpen voor het woordenboek 'Dikke van Dale' en is inmiddels ook in gebruik bij NRC Handelsblad. 
Ook in andere landen worden mooie ontwerpen gemaakt, zoals onderstaand lettertype 'Bodebeck' uit 2002 van de gelijknamige Zweedse ontwerper.

Om de zeer omvangrijke hoeveelheid verschillende vormen van letters te kunnen beheersen, beheren, benoemen en bespreken, worden deze naar hun ontstaansgeschiedenis en naar hun vorm ingedeeld.
De eenvoudigste indeling is in zes hoofdgroepen, waarbij de oudste schriftsoorten achterwege zijn gelaten:

1 Romein- of Mediaeval soorten   Garamond met driehoekige schreef
  met een driehoekige schreef
  lettertypen met klassiek karakter
 
2 Bodoni-achtigen   Bodoni met horizontale schreef
  met een horizontale schreef
  lettertypen met klassiek karakter
 
3 Egyptiënnesoorten   Stymie met rechthoekige schreef
  met een rechthoekige schreef
  lettertypen met modern en robuust karakter
 
4 Schreefloze soorten   Univers 55 schreefloos
  zonder schreef
  lettertypen met modern en zakelijk karakter
 
5 Scripten   English Script
  letters die een min of meer verbonden schrift opleveren,
net als bij handschrift
  lettertypen met klassiek en zacht (vrouwelijk) karakter
 
6 Fantasie-soorten   Mokum Oorkonde
  alle overige soorten, meestal minder geschikt of niet bedoeld 
voor platte tekst

Binnen elke lettersoort kunnen de meeste letters vervolgens ook verschillende verschijningsvormen aannemen.
De variaties van één lettertype worden 'lettersoorten' of 'fonts' (angelsaksisch) genoemd.
Daarin onderscheiden wij de navolgende termen:
Nederlandse term Engelse term
stand
recht op staand
schuin

romein
cursief

book
italic of  oblique
dikte extra mager
mager
normaal
halfvet
vet
extra vet
ultralight
light
medium
bold
extra bold
ultra bold
vorm extra smal
smal
(normaal)
breed
extra breed
ultra condensed
medium condensed

medium expanded
ultra expanded

Combinaties van deze zogenoemde garnituurelementen komen veelvuldig voor, zoals: 'cursief-halfvet', 'breed-extravet' of 'extra smal mager'. Er zijn ook onmogelijke combinaties, zoals smalle extravet.

Van het lettertype Univers hierbij de gehele familie met alle 'garnituren'.
Dit lettertype is ontworpen door de Zwitserse typograaf Adrian Frutiger,
die op 14 sept. 2015 op 87- jarige leeftijd overleed.
Behalve de Univers ontwierp hij nog ruim 50 verschillende lettertypen.

Overzicht Univers

Een volledig font van een bepaalde letter bestaat uit:

soms nog aangevuld met bijvoorbeeld:

Lettermaatvoering

Om te beginnen de maat van een letter.
Het is moeilijk praten met drukkers en zetters als men niet weet wat deze bedoelen met bepaalde woorden en uitdrukkingen.
Regellengtes worden bijvoorbeeld in cicero's of augustijnen uitgedrukt.
De lettergrootte in punten.
Grafici spreken dan ook nog over 'wit'. Met 'wit' wordt de ruimte tussen de regels bedoeld.
Als een graficus praat over zetwerk zonder wit, duidt hij dit meestal aan met de term 'compactzetsel'.

Als een graficus of typograaf spreekt over een letter, heeft deze het ook over de plaats waar de letter op de regel staat en over de afstand van de letter tot de andere letters en regels. Kortom: ook de ruimte om de letter heen is van belang en bepaalt ook in belangrijke mate de leesbaarheid van een tekst.
In onderstaande afbeelding zijn een aantal in de typografie relevante begrippen verklaard.
Relevante begrippen uit de typografie

Een graficus gebruikt om de lettergrootte aan te duiden meestal de term 'corps'.
Deze aanduiding komt uit het twaalfdelige (Didot)puntenstelsel. Één punt is 0,376065 mm.
Het puntenstelsel is honderden jaren in de (typo)grafische wereld gebruikt; de Angelsaksisch georiënteerde landen kennen daarentegen een eigen punt, namelijk de Picapunt. Ook dit is een twaalfdelig stelsel, want twaalf picapunten zijn een pica, die ongeveer eenzesde deel van een inch groot is.
Officieel hoort de maat van een letter aangegeven te worden door middel van de letterbeeldhoogte in millimeters: de afstand van de bovenzijde van de stok tot aan de bovenzijde van de stok op de volgende regel.

Niet alleen de lettermaat werd en wordt in een eigen maateenheid aangegeven.
Ook de zetbreedte gaf en geeft men zo aan, namelijk in cicero's of augustijnen.
Eén cicero is gelijk aan twaalf punten.

In het midden van de middeleeuwen ontstond pas in ons deel van de wereld de drukkunst.
Teksten werden tot dat moment per hele pagina in spiegelbeeld in een stuk hout, uit één geheel gesneden.
Dit leverde de zogenoemde blok- of wiegedrukken op.
Door de 'uitvinding' van Gutenberg rond 1450 ontstond dus niet de drukkunst, maar de techniek en de kunst van het zetten: dat is dus de techniek om letters / karakters op losse elementen aan te brengen, die voor hergebruik geschikt zijn.

Enkele nadere typografische begrippen worden in beeld gebracht en uitgelegd op een aparte webpagina, klik daarvoor hier.

Typografie en merken
Letters spelen in de vormgeving van een merk (en dan ook in een beeldmerk) een centrale rol.

Het nieuwe beeldmerk van het Rijksmuseum, waarover zoveel te doen was:
niet vanwege het nieuwe lettertype, maar vanwege de spatie.

Heel veel in het beeldmerk dat in het kader van de corporate identity wordt gebruikt, is zuivere typografie.

En ook heel veel in het produktmerk en dus in het beeld dat wij van produkten, vooral in de consumentenmarkt, op ons netvlies houden.
Van een beeldmerk waarin de typografie zo dominant is, wordt de schrijfwijze en het lettertype dan ook nauwkeurig beschreven in de documenten voor de deponering ter bescherming van het merkenrecht. De concurrenten zoeken in weerwil van de bescherming toch zoveel mogelijk aansluiting bij het beeld dat gecreëerd is door de marktleider. Zoals op de volgende pagina te zien is lukt dat soms bedreigend goed.

Typografie en mode
Letters worden ontworpen door (gespecialiseerde) vormgevers die natuurlijk ook beïnvloed worden door hun omgeving en het tijdvak waarin ze werken.
En daarnaast ontwerpen ze ook letters en bijvoorbeeld drukwerk dat heel bewust aansluiting zoekt bij een bepaald tijdperk.
Soms zijn ook combinaties van oude en moderne letters heel goed bruikbaar.

Het woord Edivision is via scans 'nagemaakt' naar een Franse letter die rond 1925 erg in de mode was (ik meen getekend door A.M. Cassandre en uitgebracht door lettergieterij Peignot); de tweede regel is gezet uit de Optima, die Herman Zapff in 1958 ontwierp; schreefloos maar met heel stijlvolle dun/dik-verschillen.
 

Goed geschoolde specialisten op typografisch gebied zijn goed bekend met stijlen in de kunst en grafische producten. De soms wonderschone en meestal héél mooie klassieke letters, van vaak al eeuwen terug en met een zéér hoge leesbaarheid, worden bewerkt en op nieuw uitgebracht voor ons digitale tijdperk.
Dikwijls zijn ze ook een bron van inspiratie voor nieuwe lettertypen. Niet alleen in het 'rijke West-Europa', de basis van de westerse schriftsoorten, zoals dit Belgisch-Nederlandse bedrijf laat zien, maar bijvoorbeeld ook in de VSèn ook in Mexico.
Alhoewel er al tienduizenden lettertypen bestaan, is er toch nog regelmatig behoefte aan 'nieuwe' lettertypen.
De Italiaanse letterontwerper Bodoni ontwierp al zijn lettertypen voor specifieke boeken.
De letter 'Times New Roman' werd ontworpen voor de gelijknamige krant; ontwerper Adrian Frutiger ontwierp de letter 'Frutiger' voor de bewegwijzering op de Parijse luchthaven Charles de Gaulle.
De beroemde letter 'Helvetica' ontwierp hij om andere ontwerpers te prikkelen; nu zegt Frutiger dat hij die letter nooit had moeten maken en het liefst zou willen verbieden.
De 'Bell Gothic' werd ontwoorpen voor de Amerikaanse telefoongidsen.
De beroemde letter 'Gill' maakte Eric Gill voor een winkelpui
En Erik Spiekermann ontwierp de letter 'Meta' voor de Duitse posterijen.

Letterontwerpen werden en worden dus bijvoorbeeld bewust ingezet ter versterking van de huisstijl.
Zo is recent een geheel nieuw lettertype ontworpen voor de grote Duitse verzekeringsmaatschappij 'Allianz'. En ook Nokia gebruikt zijn eigen lettertype.
 
Om het eigene van een 'huisstijl-letter' ook op websites over te brengen, moet elke tekst als een plaatje (bijv. jpg of gif) worden gebruikt. Dat maakt een website zwaarder en trager, maar door breedband merken we daar weinig van. De toepassing van een 'huisstijl-letter' op websites is een hele opgave, ondanks de beheersingsmogelijkheden via CSS e.d. 
Allianz gebruikt alleen haar beeldmerk op de website, niet de huistijlletter.
Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft een wereldwijde erkende traditie in de uitvoering van werken van Gustav Mahler. Het is dus begrijpelijk dat de aankondigingen van uitvoeringen van Mahlers' werk plaatsvinden in een typografie die herinneringen oproept aan de tijd van Mahler. Die typografische stijl, die kort na de Eerste Wereldoorlog net zo modern was als het werk van Mahler, wordt onbegrijpelijkerwijze óók gebruikt bij de aankondiging van werk van Mozart, waarvan we nu herdenken dat die 250 jaar gelden stierf. 
Naar mijn gevoel klopt hier dus iets niet.
Letterontwerpen ontwikkelen zich niet alleen in de westerse schriftsoorten.
Zij het met enige vertraging zijn ook het Hebreeuws, Arabisch, Devanagari (het schrift voor de Hinditaal) en het Cyrillisch in beweging gekomen.

Typografie buiten drukwerk
Bedenk ook dat typografie zeker niet alleen gebruikt wordt in het kader van drukwerk en beeldscherminformatie.
Specialisten op typografisch gebied zijn vertrouwd met speciale eisen die gesteld worden aan het gebruik van leesbare letters in verkeersborden en bewegwijzering.
Een beroemd voorbeeld om de typografische verfijning zijn de straatnaamborden van de de stad Rome.

Een van de andere beroemde voorbeelden is de speciale letter die Edward Johnston in 1913 ontwikkelde voor London Transport voor de metro van de Engelse hoofdstad. De identiteit van de organisatie wordt hiermee heel krachtig ondersteund. En daarom werd deze aanpak ook veel gecopieerd voor andere doelen.
Dat gebeurde ook, maar minder succes met de bijzondere letter die de Parijse metro in gebruik had.

Daarnaast is er ook sprake van typografie in de bouwkunst!
Beroemd is het klassieke tegelwerk van de voormalige kruideniersketen De Gruyter Ook bij hedendaagse gebouwen is 'geveltypografie' vaak nog van belang; soms is het armzalig, soms ook zéér verzorgd zoals van deze Gooilandschool.

Zorgvuldig gekozen typografie in functionele aanduidingen is ook binnenshuis niet iets van de laatste paar jaar, maar werd aan het begin van de vorige eeuw ook al ingezet om stijlkenmerken, bijvoorbeeld van de architectuur, tot in kleine details consequent door te voeren.

En vergeet niet de veelvuldige toepassing van typografie in de mode!
In alledaagse kleding wordt erg veel gewerkt met typografische vormgeving. Niet alleen met tekst met een betekenis; soms ook om de spot te drijven met bestaande (woord-)merken die algemeen bekend zijn.
Aan de binnenkant van bijna elk kledingstuk wordt door typografie de huisstijl vastgehouden. Met vrije typografie kunnen ook 'grapjes' uitgehaald worden

Zetmethoden

Het vervaardigen van zetwerk kan op verschillende manieren.

Zetten heeft twee aspecten: de invoer en de uitvoer. De meest tijdrovende kant was de invoer; tegenwoordig gaat die invoer vrijwel altijd door aanlevering van digitale bestanden in een gangbaar formaat. Tot tegen de jaren '90 van de vorige eeuw ging het daarnaast ook veel via het toetsenbord. En tot in de jaren '60 van de vorige eeuw werd klein drukwerk ook nog vrij veel met de hand gezet.
Alhoewel vrijwel alle zetwerk nu dus wordt aangeleverd per e-mail, ftp, CD-rom of diskette - en het dus om kant-en-klare tekst gaat, die geen fouten meer bevat, valt er altijd nog veel te corrigeren. Al was het maar omdat er altijd codes uit het tekstverwerkingsprogramma zijn die door de zetmachine net anders worden begrepen en bijvoorbeeld omdat afbrekingen moeten worden nagelopen. En natuurlijk ook omdat bijvoorbeeld de Times New Roman uit de zetmachine net een ander loopwijdte heeft dan die uit de PC-printer en er dus regels anders gaan verlopen dan in die mooie proef op kantoor. En weg is de mooie kolomopbouw.

De output van een zetmachine gaat razendsnel; daar is een printer op kantoor erg sloom bij. Het zetten van de tekst van een hele krantenpagina vergt minder dan 1 minuut.
Elektronisch (digitaal of laser) zetten, gaat met behulp van computergestuurde laserstralen, die de tekst projecteren op basis van elektronisch (gedigitaliseerde) lettervormen.
Deze methode is in de tachtiger jaren in gebruik gekomen en steeds verder verbeterd; deze methode paart een zeer hoge kwaliteit èn een enorme productiesnelheid aan een vrijwel onbegrensde flexibiliteit, mede omdat met name deze zetmachines steeds eenvoudiger gegevens kunnen verwerken die van PC's afkomstig zijn.

In de westers wereld is daarmee in onbruik geraakt het zogenoemde fotografisch zetten. Dit komt nog veel in het oostblok en in Azie voor.
Fotografisch zetten gebeurt met behulp van een machine die een combinatie is van tekstverwerker en fotobelichter; de letters staan als negatief op filmschijven of stroken. De methode is 30 jaar geleden in gebruik gekomen, nog steeds gebruiksvriendelijk, maar wordt en is op dit moment ingehaald door de hiervoor genoemde methode.

Klassieke zetmethoden

Handzetten

Het zetten van tekst, als oudste vorm van het maken van een drukvorm, begon in het midden van de 15e eeuw met de hand.
Bij dit handzetten wordt met loden of houten (spiegelbeeldige) letters gewerkt. Deze manier van werken komt in de professionele grafische industrie in onze westerse wereld nog uiterst zelden voor; ze is verouderd om doelmatigheidsredenen; de kwaliteit is nog steeds hoog.
Boekbinders gebruiken deze oude methoden nog wel bij het maken van boekbanden, waarin de titel- en auteursgegevens bijvoorbeeld in het boeklinnen worden gedrukt/geperst.

Machinezetten

In het laatste kwart van de 19e eeuw zijn machines ontwikkeld voor het zetten.
Bij dit machinaal zetten wordt vanuit een gietvorm (matrijs) van koper, losse letters of gehele regels in lood gegoten; deze methoden die ruim honderd jaar geleden werden ingevoerd, komen in ons land sinds 25 jaar vrijwel niet meer voor.
Elders, in de derde wereld zijn ze toch nog in gebruik.
De bekendste machine die losse letters zet staat bekend onder de merknaam 'Monotype' en is voroal in gebruik voor boeken. De zetmachine bestond in feite uit twee delen: het invoerdeel (toetsenbord c.s) leverde een ponsband; deze ponsband werd vervolgens in het zetgedeelte geplaatst, dat dan in een veel hoger tempo dan de toetsinvoer mogelijk maakte, het loden zetsel goot.
De bekendste machine die gehele regels zet, en een revolutie teweegbracht en vooral (en heel lang) werd toegepast in de krantenzetterijen, staat vooral bekend onder de merknaam 'Linotype'. Deze zogenoemde regelzetmachine wordt in de wereld van de techniek wel beschouwd als het meest ingewikkelde en vernuftige mechanisch apparaat dat ooit werd gemaakt. Het heeft op zeer grote schaal zo'n honderd jaar gefunctioneerd en onderdelen zijn nog steeds verkrijgbaar.

Correctie

Elke gezette tekst, ook als die gezet is vanaf een foutloos, digitaal aangeleverd bestand, moet zonder uitzondering gecontroleerd worden. En meestal betekent dat ook gecorrigeerd worden. Want bij tekstcorrectie gaat het niet alleen om correct gespelde woorden, maar net zo goed om correcte woordafbrekingen; die zijn dikwijls pas goed in opgemaakte tekst te beoordelen.
Die correcties worden in de grafische wereld aangegeven door middel van bepaalde symbolen, de zogenoemde correctietekens. Om volstrekte eenduidigheid te bereiken (en te voorkomen dat correcties moeten worden gecorrigeerd, omdat we elkaars correctie-aanwijzingen verkeerd begrijpen) zijn de correctietekens internationaal vastgelegd. In ons land is dat in een zogenoemde NEN-norm.

klik op de afbeelding voor een groter overzicht van de correctietekens en een gebruiksvoorbeeld.

de officiële correctietekens
Klik op de afbeelding, voor een volledige weergave van de correctietekens op groot formaat in een nieuw venster, compleet met een goed voorbeeld van het gebruik.

In de afbeelding hieronder het gebruik van enkele veel voorkomende correctietekens.


Naar boven           Naar vorige hoofdstuk         Naar volgende hoofdstuk
Vragen of opmerkingen over de informatie op deze pagina?

Mail dan direct naar info@graficum.nl
Voor het laatst bijgewerkt op 21 september 2015
© 2003-2015, P.W.A. Overdiep, Bussum