De drukwerkafwerking

fase III

Klik hier om deze printvriendelijk opgemaakte pagina af te drukken
Onderwerpen op deze webpagina:
 

In de grafische industrie worden alle handelingen na het drukken van tekst en illustratie beschouwd als afwerking. 
Sommige van deze handelingen worden door de drukker verricht, andere door binderijen. 
Binderijen doen veel meer dan alleen binden van boeken. 
Vrijwel altijd wordt het gedrukte materiaal gesneden en gevouwen. 
Simpel snij- en vouwwerk wordt vaak door de drukker zelf gedaan. 
Is het echter simpel, maar gaat het om een grote oplage, dan zal de drukker ook een binder inschakelen. 

De binder verzorgt na de bedrukking van de ongevouwen, zogenoemde planovellen, het: 

  • vouwen
    • met een tweeslag-, drieslag-, wikkel-, zigzag-, waaier- of kruisslagvouwmachines, al of niet in combinatie met elkaar; dit komt voor bij veruit het meeste drukwerk; 
  • stansen
    • waarmee wordt aangeduid dat door middel van messen, die in vrijwel elke willekeurige vorm op bestelling vervaardigd kunnen worden, figuren uit karton, papier of kunststof worden gesneden of daarin worden uitgespaard. Het maakt daarbij niet uit of het nu gaat om simpele figuren als een rechthoek, bijvoorbeeld in gebruik als venster in een omslag van rapporten, of om kunstige, gekartelde figuren als bijvoorbeeld een bloem; 
    • kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd; tegenwoordig ook 'in line' ofwel niet als aparte verrichting na het drukken, maar in de drukpers, als onderdeel van het drukproces. Hierdoor vermindert de 'inschiet', het papierverlies door het op gang brengen van het papierdoorvoerproces voor drukken of afwerken, omdat er geen aparte handeling verricht hoeft te worden in een nieuw deelproces en/of ander apparaat.
    • sinds ca. 15 jaar bestaat ook 'lasercutting', een manier om met behulp van laserstralen zeer snel ragfijne vormen uit papier weg te branden; 
  • pregen, ook wel prägen, 
    • waarmee wordt aangeduid dat door middel van een harde hoogdrukvorm en een tegenvorm, een reliëf wordt geperst in papier of karton. Ook in dit geval kunnen simpele en ingewikkelde vormen worden vervaardigd. Dikwijls wordt zo een reliëf aangebracht op plaatsen die voordien in exact dezelfde vorm met inkt bedrukt zijn. 
    • Men spreekt van blindpregen indien geen bedrukking vooraf plaatsvond en alleen het reliëf bereikt moet worden; (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd). 
  • rillen
    • waarmee wordt aangeduid dat door middel van een soort (bot) mes een rechte lijn in het papier wordt geperst, zodat op die plek het papier gemakkelijker gevouwen kan worden, zonder elders beschadigd te raken; (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd); 
  • perforeren
    • waarmee wordt aangeduid dat door middel van een soort kartelmes, rijen zeer kleine gaatjes in het papier worden aangebracht, zodat langs die lijnen uit het papier gemakkelijker bijvoorbeeld een antwoordkaart of bestelformulier is uit te scheuren, zonder dat daarbij het papier verder uitscheurt; (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd); 
  • boren
    • is het elektrisch gaten in het papier of karton boren, zodat het bedrukte materiaal gemakkelijk in een ordner opgeborgen kan worden (kan ook door de drukker zelf uitgevoerd worden). Deze handeling, die vooral voorkomt voor twee, drie, vier en 23 gaten, wordt in de kantooromgeving aangeduid met perforeren (zie hiervoor); 
  • rondhoeken
    • waarmee wordt aangeduid dat door middel van ronde messen de hoeken van papier of karton afgerond worden om de vorm mooier of praktischer te laten zijn. Dit komt voor bij visitekaartjes, bij speelkaarten en stickers, maar ook veel bij placemats; 
  • nieten
    • is het door middel van metaaldraad katernen of vellen bij elkaar worden gehouden (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd); 
  • holnieten
    • is het door middel van een kort metalen buisje vellen papier of karton bijeen gehouden worden, bijvoorbeeld in gebruik bij stalenboeken en kleurenwaaiers in de verfindustrie; 
  • numeroteren of nummeren, 
    • is het door middel van kleine drukvormen met automatisch verspringende cijferwerken, op drukwerken opbrengen van individuele nummers, met name op formulieren, (waarde)bonnen, loten, en dergelijke (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd); 
  • gommeren
    • waarmee wordt aangeduid dat op drukwerk (kleine, smalle) gedeelten worden voorzien van gom of soortgelijke lijmsoorten, om te kunnen bereiken dat bijvoorbeeld zegels, enveloppen of formulieren eenvoudig dichtgeplakt kunnen worden (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd); 
  • lakken
    • waarmee wordt aangeduid dat op (delen van) druk­werk een blanke lak of vernis wordt aangebracht, ofwel omdat het drukwerk hiermee wordt beschermd tegen vette vingers, ofwel omdat door hogere glans een afbeelding of grafisch effect beter tot zijn recht komt; (kan ook door de drukker zelf worden uitgevoerd); 
  • lamineren
    • waarmee wordt aangeduid dat een drukwerk aan een of beide zijden wordt voorzien van een transparante kunststoffolie, om te kunnen bereiken dat het drukwerk niet beschadigd wordt door vocht, vet, vuil en de levensduur verlengd of het gebruiksgemak vergroot wordt; 


De hiervoor aangegeven activiteiten zijn duidelijke afwerkingsvormen. 
De binder verzorgt vanzelfsprekend ook de traditionele bindersactiviteiten, waarvan de belangrijkste zijn: 

  • brocheren
    • waarmee wordt aangeduid dat om het binnenwerk van een boekblok een omslag wordt gehecht; 
  • hechten
    • waarmee wordt aangeduid dat vellen of katernen in elkaar worden gestoken en in dezelfde beweging in de rug worden geniet met metaaldraad; 
  • garenloos binden
    • waarmee wordt aangeduid dat de ruggen van katernen van een boekblok eerst worden afgefreesd en vervolgens worden gelijmd, waarna een omslag om het geheel wordt geplakt; deze methode wordt ook wel 'lumbecken' genoemd; 
  • naaien
    • waarmee wordt aangeduid dat de katernen van een boekblok eerst individueel en vervolgens aan elkaar met (kunststof)draad worden genaaid; 
  • stempelen
    • waarmee wordt aangeduid dat een boekband, van karton, kunststof of linnen door middel van preegtechniek en/of foliedruk van titeltekst, vignetten of illustraties wordt voorzien.


Naar boven           Naar vorige hoofdstuk         Naar volgende hoofdstuk
Vragen of opmerkingen over de informatie op deze pagina?

Mail dan direct naar info@graficum.nl
Voor het laatst bijgewerkt op 3 januari 2015
© 2003-2015, P.W.A. Overdiep, Bussum